Eén eiland, twaalf standbeelden, en een troon die al een eeuw leeg staat.
In het begin was er alleen zee, en boven de zee hing Zaxestas, de Wereldsmid. Hij hamerde de bergen van het noorden uit gloeiend gesteente, koelde het zuiden af tot gletsjers en veen, en plantte in het midden het Doornhart, de eerste boom. Toen het eiland af was, sloeg hij twaalf vonken van zijn aambeeld. Waar ze neerkwamen, stonden de volgende ochtend twaalf volken op, elk met de kleur van hun vonk nog in de ogen.
De twaalf volken werden één rijk: Bestpixia. Onder de Eerste Keizer bloeide het eiland als nooit tevoren. Goudwegen verbonden de kusten, stormhavens trotseerden de zee en in de bergen zongen de smidsen dag en nacht. Elk volk richtte in het hart van zijn land een standbeeld op voor zijn stichter, en de keizer verhief die beelden tot wet: wie het standbeeld houdt, houdt het land. De Beeldwet, noemen ze dat. Het is de enige wet die nooit gebroken is.
Hoe het keizerrijk eindigde, hangt af van wie je het vraagt. Ashenkeep zegt: met een brand in de archieven. Duskwatch zegt: met een mes, net voor de dageraad. Goldreach zegt: met een onbetaalde rekening. Zeker is dat de troon op een ochtend leeg stond en leeg bleef. Het rijk scheurde langs de oude kleuren in twaalf huizen, en alleen de Beeldwet bleef overeind: twaalf standbeelden, twaalf claims, nul keizers.
Sindsdien heerst de Lange Vrede. De grenzen zijn gesloten, de kisten zitten op slot en niemand heft een zwaard binnen andermans land. Maar iedere smid, wachter en koopman weet: de Vrede is geen einde, het is een adempauze. Op een dag breekt ze, en dan begint de Stormtijd. Dan zijn de standbeelden weer te claimen, kunnen huizen vallen en worden landen ingelijfd. Wie zijn beeld verliest, is zijn land kwijt en zoekt onderdak bij de vrije volken van Havenreach of The Free Company, om van daaruit terug te vechten. En als de storm gaat liggen, kroont Bestpixia het grootste huis tot zijn nieuwe keizer.
Elk huis een kleur, een standbeeld en een reden om te vechten.
In de noordwestelijke bergen, waar de rots nog warm lijkt van het maken, houdt Ironhold de oudste smidse van Bestpixia brandend. Volgens de smeden ligt hier het aambeeld waarop Zaxestas het eiland zelf gesmeed heeft, en wie goed luistert hoort het gebergte nog nagalmen.
IJzer liegt niet, zeggen ze in Ironhold. Hun muren zijn dik, hun woorden kort en hun bijlen geslepen. Ze beginnen geen oorlogen. Ze beëindigen ze.
Emberfall ontstond waar de laatste vonk van de Wereldsmidse neerkwam en nooit meer doofde. De oranje hooglanden smeulen er tot op de dag van vandaag, en de Vuurhoeders bewaken de Eeuwige Sintel alsof het de zon zelf is.
Wie Emberfall te vriend heeft, heeft warmte in de winter en vuur in de strijd. Wie Emberfall te vijand heeft, doet er verstandig aan niets van hout te bouwen.
Toen de andere volken sliepen, waakte Duskwatch. In de blauwe heuvels van het noordoosten, waar de schemer langer blijft hangen dan waar ook, leerden zij kijken zonder gezien te worden.
Duskwatch vecht zelden als eerste en weet altijd het meeste. Hun halve maan staat voor het uur waarin rijken vallen: net na zonsondergang, net voor de dageraad.
Ashenkeep bouwde haar citadel op de plek waar as en sneeuw elkaar raken. Toen het keizerrijk brandde, droegen de Askijkers de archieven de berg op en sloten de poorten. Alles wat Bestpixia ooit geweten heeft, ligt daar opgeslagen.
Grijs is geen kleur van twijfel maar van geduld. Ashenkeep vergeet niets, vergeeft weinig en opent haar boeken alleen voor wie iets terugbrengt.
The Crimson Vanguard was ooit de lijfwacht van de Eerste Keizer. Toen de troon leeg raakte, weigerde de garde te knielen voor wie dan ook die minder was. Hun eed staat nog altijd: het rijk wordt herenigd, desnoods schild voor schild.
In het oosten marcheren ze nog elke dageraad. Voor de Vanguard is de Stormtijd geen ramp maar een belofte: eindelijk mag de eed worden ingelost.
In het hart van het eiland plantte Zaxestas als allerlaatste het Doornhart, en daaromheen groeide Thornvale. De Doornwachters snoeien het woud en het woud beschermt hen. Wat er dieper tussen de wortels leeft, vertellen ze aan niemand.
Thornvale grenst aan bijna iedereen en is met niemand bevriend. Wie het pad volgt, mag passeren. Wie het pad verlaat, wordt onderdeel van de bosgrond.
De westkust is van Stormveil, en de storm is van niemand. Toch zweren hun schippers dat ze hem kunnen lezen als een kaart: elke bliksem een letter, elke windvlaag een zin.
Ze zeilen uit wanneer anderen schuilen en komen thuis met volle ruimen. In de Stormtijd zal blijken of Stormveil de storm leest, of de storm Stormveil.
Het uiterste zuidwesten is bevroren veen, wit tot aan de horizon. Frostmoor noemt het thuis, en meent dat. De kou die anderen breekt, houdt hen scherp.
Frostmoor haast zich nooit. Het ijs wint altijd, zeggen ze, omdat het kan wachten. Wie hun witte vlaktes binnenmarcheert, vecht eerst tegen de winter en pas daarna tegen Frostmoor.
Alle wegen van Bestpixia lopen door Goldreach, en op elke weg staat een tolhuis. De goudvelden van het zuiden betaalden ooit het halve keizerrijk, en de kooplieden zijn dat nooit vergeten.
Goldreach vecht het liefst met contracten en karavanen, maar onderschat hun garde niet: goud huurt de beste zwaarden. Alles is er te koop, behalve hun eigen standbeeld.
Op de zwarte velden van het zuidoosten, waar de grond glanst als gestold duister, zetelt The Obsidian Order. Ze delven wat de Leegte heeft achtergelaten en bestuderen wat beter onbestudeerd was gebleven.
Niemand weet hoeveel leden de Orde telt. Het paarse oog op hun banier telt jou in elk geval wél. Hun bondgenootschappen zijn raadsels, en hun vijanden verdwijnen stil.
Havenreach begon als een handvol hutten voor schipbreukelingen en groeide uit tot het meest gastvrije land van Bestpixia. Wie aanspoelt, hoort erbij. Geen kroon, geen eed, één regel: je helpt wie er na jou aanspoelt.
Als in de Stormtijd een huis valt, staan de deuren van Havenreach open. Menige gevallen banier is hier opnieuw geheven, en menige wraak is hier begonnen als een kom soep bij het haardvuur.
The Free Company dient geen troon; ze dient het contract. De vrije compagnie van het binnenland neemt iedereen aan die kan vechten, sjouwen of koken, en betaalt uit in kansen.
Verlies je je land, dan geeft de Company je een vaandel, een taak en een tweede kans. Van de Company terugvechten naar een eigen rijk: het is eerder gebeurd, fluisteren ze. En het zal weer gebeuren.
De Stormtijd komt eraan. Aan welke kant sta jij als de standbeelden vallen?